Art & Creativity — Ideeën & Bronnen voor de Lage Landen

·

·

Als fotograaf en textielkunstenaar die al jaren werkt met zowel analoge alsook digitale technieken, ervaar ik dat de combinatie van fotografie en textiel nieuwe mogelijkheden biedt om verhalen over te brengen. In dit artikel deel ik specifieke inzichten, werkwijzen en referenties die je onmiddellijk kunt toepassen, of je nu net begint of al een persoonlijke praktijk hebt.

Het samenspel van licht en vezelstructuur

Een foto die op textiel wordt afgedrukt, ontvangt een andere visuele laag omdat het licht via de draden weerkaatst en verspreidt. Het effect is nimmer exact hetzelfde als op papier. Ik selecteer daarom steeds voor een testafdruk op het uiteindelijke doek voordat ik een omvangrijk werk produceer. Zo zie ik hoe de textuur van linnen, katoen ofwel zijde het contrast en de kleur verzacht of juist verhoogt.

Het licht welke op een weefseloppervlak schijnt, verschuift per uur en per vertrek. In mijn atelier probeer ik daarom prints op verschillende momenten van de dag. Een foto die ’s ochtends neutraal oogt, kan bij de middag warmer uitvallen door de zuidelijke lichtval. Door dit te registreren, bouw ik een klein lichtlogboek op dat ik later kan consulteren bij nieuwe projecten.

Om de draadstructuur waarneembaar te bewaren, gebruik ik een matte afwerking inktlaag in plaats van een glanzende coating. De matte laag verhindert dat het licht te veel reflecteert en houdt de textuur van het weefsel ongeschonden. Dit is met name essentieel bij portretopnamen waarbij huidweefsel en kledingkenmerken een betekenis hebben.

Voorbehandeling van het textieloppervlak

Voordat een foto op textiel belandt, moet het oppervlak te worden voorbehandeld. Ik reinigt het doek in eerste instantie op 60 graden om alle appret te weg te nemen. Daarna breng ik een dunne laag polyurethaan op die de inkt beter behoudt. Deze laag is transparant en wijzigt de kleur van het weefsel amper, maar waarborgt dat de inkt niet door de draden heen vloeit.

Het drogen geschiedt op een rekbare frame zodat het doek strak blijft. Als het frame te klein is, verschijnen er golven die later bij het printen voor onscherpte verantwoordelijk zijn. Ik bepaal daarom altijd de exacte afmetingen van het frame en noteer die bij het bestand, zodat ik later nauwkeurig weet hoe het doek zich gedroeg.

Een tweede voorbehandeling omvat het aanbrengen van een lichte primer op basis van acryl. Deze primer creëert het oppervlak iets gladder zonder de textuur helemaal weg te nemen. Bij fijne foto’s met veel detail, zoals macro-opnames van planten, zie ik dat de primer het contrast verhoogt en de kleuren voller doet uitkomen.

Bewaring en bewaring van hybride werken

Hybride werken van foto en textiel behoeven een afwijkende bewaarwijze dan klassieke foto’s. Ik berg ze liggend in zuurvrije dozen met intermediaire vellen Tyvek. Tyvek is ademend en belet dat vocht zich ophoopt, terwijl het tegelijkertijd stof en licht weert.

Temperatuur en luchtvochtigheid dienen stabiel te blijven. Een schommeling van meer dan 5 graden Celsius per dag mag de lijm tussen foto en textiel aantasten. Ik meet daarom de condities in de opslagruimte met een digitale hygrometer en schrijf de waarden elke week. Bij discrepanties pas ik de ventilatie aan of breng ik de dozen naar een andere ruimte.

Voor transport gebruik ik een platte kist met schuimrubber aan de binnenkant. Het schuimrubber is gevormd in de vorm van het werk, zodat het niet kan verschuiven. Op de buitenkant kleef ik een label met de afmetingen en het gewicht, zodat de vervoerder weet dat het werk kwetsbaar is en liggend dient worden vervoerd.

Het borduren als compositorisch middel

Het naaien is niet louter afwerking maar een dynamisch element van de compositie. Door garens verschillende dikte te gebruiken, kan ik lijnen toevoegen die de foto nog meer verdelen of precies samenbinden. Bij een serie over migratiepatronen borduurde ik bijvoorbeeld dunne rode lijnen over de foto’s heen, die de routes van vogels natrekken die ik eerder had gefotografeerd.

De richting van de steken is essentieel. Een horizontale steek volgt de richting van de weefseldraden en blijft nagenoeg onzichtbaar. Een verticale of diagonale steek breekt het patroon en wekt de aandacht. Ik gebruik daarom een mix van beide: de horizontale steek voor geringe bijstellingen en de diagonale steek voor accenten die het verhaal benadrukken.

De kleur van de draad dicteert of de naad versmelt met de foto of juist contrasteert. Bij een donkere foto kies ik een donkere draad zodat de steek uitsluitend te zien is als het licht onder een hoek valt. Bij een lichte foto hanteer ik een contrasterende kleur om een bijkomende laag toe te voegen die de toeschouwer uitnodigt om dichter te naderen.

De keuze tussen digitale en analoge technieken

Digitale fotografie biedt spoed en herhaling, maar mist soms de tactiele kwaliteit die analoge opnames bezitten. Ik werk daarom met een middenformaat camera voor de digitale reeks en een 4×5 inch camera voor de analoge reeks. De twee series worden later naast elkaar gelegd om te bepalen welke sfeer het beste past bij het textielproject.

Analoge film heeft een korrel die zichtbaar is na het printen op textiel https://rosprojects.nl. Die korrel kan een extra laag toevoegen het verhaal. Bij een serie over industriële gebouwen combineerde ik bijvoorbeeld korrelige zwart-wit foto’s met grof geweven jute. De korrel versterkte het gevoel van ouderdom en slijtage dat het gebouw al toonde.

Digitale technieken zijn echter noodzakelijk als ik meerdere lagen wil combineren. Met Photoshop kan ik een foto eerst omzetten in een rasterpatroon dat lijkt op een weefselstructuur. Dat raster print ik vervolgens op een dunne zijde die ik weer op een dikkere drager naai. Zo ontstaat een dubbele laag die zowel digitaal als handmatig tot stand is gekomen.

Verlichting en contrast bij het afdrukken

De belichting tijdens het drukken bepaald hoe scherp de details op het textiel zichtbaar worden. Ik werk met een UV-lamp die ik op een vaste afstand van 40 centimeter boven het doek plaats. Te dichtbij leidt tot overbelichting en vlekken; te ver weg produceert een te subtiele overgang tussen lichte en donkere partijen.

Contrast is een andere variabele. Een foto met hoge contrastwaarden kan op textiel te fel ogen, omdat de vezels het licht diffuus maken. Ik verminder daarom het contrast met ongeveer 15 procent in de digitale bewerking voordat ik afdruk. Dat geeft een organischere overgang en voorkomt dat schaduwen volledig zwart raken.

Ik controleer altijd een strookje van 10 bij 30 centimeter met verschillende contrastwaarden. Op die strook noteer ik de exacte instellingen van de printer en de belichtingstijd. Zo creëer ik een referentietabel op die ik kan bekijken bij nieuwe projecten zonder telkens opnieuw te hoeven experimenteren.

Registratie van het creatieve werkproces

Het vastleggen van het proces maakt het mogelijk om later te reflecteren op overwegingen die tijdens het maken zijn gemaakt. Ik schiet elke tussentijdse stap met een vaste camera-standaard en dezelfde lichtinstelling. Zo ontstaat een collectie die toont hoe een idee zich ontwikkelt van schets tot finale uitvoering.

De documentatie bestrijkt ook gefaalde pogingen. Een print die te donker blijkt of een naad die scheef loopt, wordt eveneens gedocumenteerd. Door deze fouten te behouden, herken ik structuren in wat niet functioneert en kan ik die in een toekomstig project vermijden. Het bestand van mislukkingen is om die reden even belangrijk als het archief van succesvolle creaties.

De documentatie wordt uiteindelijk zelf een kunstwerk. Ik haal eruit een aantal procesfoto’s en druk af die op dun blad dat ik vervolgens op het definitieve textielwerk plak. Zo wordt gecreëerd een gelaagde laag waarin zowel het finale stuk als de weg ernaartoe waarneembaar wordt. Dit biedt de toeschouwer inzicht in de diepgang van het creatieve proces.